de Grote Rekendag
18 april 2012

Wanneer alle kinderen een plek in de Ridderzaal hebben gevonden, kwam er wel een heel vreemd dier op het podium. Was het eigenlijk wel een dier? Het leek wel of er allerlei dieren door elkaar gemixed waren. En ja hoor: het waren er wel 5! Juf Floor wist een heleboel vragen te bedenken: welke kleuren heeft het dier? Hoeveel poten? Hoe zwaar kan het zijn? Wat is de grootte van het dier? Hoe hard kan het eigenlijk bewegen? Alle kinderen dachten volop mee. Vervolgens is het de beurt aan de juffen. Welk dier is onder de juffen het populairst? Welk dier vinden ze eigenlijk niet zo leuk? En hoeveel juffen zijn er bang voor een luipaard? Tja allemaal vragen die met dieren, maar ook met rekenen te maken hebben. Daar zijn we inde groep verder mee aan de slag gegaan.

In de groepen 1-2 hebben de kinderen kennis gemaakt met fantasiedieren, maar deden ook zelf dieren na. Zo waren ze een kikker, schaap, kip of nog een ander dier. Welk dier is nu het snelst aan de overkant? Ook hebben ze ontdekt hoeveel schoenen er op de poot van een beer of een olifant passen.
Een mier is heel sterk, zo sterk dat hij zichzelf al wel 5x keer kan dragen. Dat moesten we natuurlijk ook uitproberen. En wat denk je? Wij kunnen samen al een emmer zand (van 10 kilo) tillen! Natuurlijk hebben we ook gekleurd, geknipt en geplakt met en over dieren, kleuren en tellen. Het spel 'ganzenbord' mocht vandaag natuurlijk niet ontbreken!

Kleine en grote dieren waren het onderwerp van de groepen 3 en 4. Over deze dieren stelden de kinderen moeilijke vragen aan elkaar. Hoeveel eieren leggen olifanten? Van welk dier zou het ei het grootst zijn?
Met spiegels werd geprobeerd om de dieren te spiegelen en dan goed na te tekenen. Veel kinderen waren voor even een insect, tijdens het spel 'ra, ra, wie ben ik?' En gezamenlijk een spel rondom dieren is natuurlijk altijd gezellig!

Voor deze dag waren alle kinderen van groep 5 en groep 6 gemengd, zodat er klas doorbrekend onderzoek gedaan is naar honing, melk en eieren.
Door gebruik te maken van verhoudingen hebben de kinderen ontdekt in welke landen veel of weinig schapen leven. Ook waren er schapen op 'ware grootte' in de klas en is er uitgerekend hoeveel schapen er eigenlijk in een klas passen. En hoeveel melk geeft een koe nu per keer? Daar kom je achter door te passen en te meten met dozen en literpakken.

De hoogste groepen hebben de verschillende dieren in beeld gebracht. Op verschillende affiches werd uitgewerkt hoeveel een dier weegt, hoe snel het dier is, of hoeveel het eet of drinkt op een dag. In de schakelruimte was het dan ook een drukte van belang om alles op te kunnen zoeken.
De dierentuin werd ook onder de loep genomen. Wat kost het om een leeuw een jaar lang eten te geven? Hoeveel mensen moeten naar de dierentuin komen om dat te kunnen betalen? En hoe zit het dan met al die andere dieren? Hoeveel bezoekers zijn er wel niet nodig om alle dieren te kunnen voorzien van eten en drinken? Deze puzzels waren niet één-twee-drie op te lossen. Er was dan ook tijd te kort om alles te kunnen doen!