Meervoudige Intelligentie (MI)

Kinderen willen graag leren, ze zijn leergierig en gemotiveerd om de wereld om hun heen te ontdekken. Echter: ieder kind doet dat op zijn/haar eigen manier. De één wil voelen en bewegen, een ander moet het voor zich zien. Weer een ander zit op het puntje van zijn stoel als de muziek start, en de volgende wil graag sámen met een ander leren, etc. Dit noem je de meervoudige intelligenties.

MI03 

Er worden acht intelligenties onderscheiden. Ieder van ons heeft deze intelligenties in zich, waarbij de ene intelligentie meer ontwikkeld is dan de ander. De één leert zo het meest door te doen, de ander door te luisteren of te kijken. Hieronder vindt u een overzicht van de intelligenties, met bij iedere intelligentie een aantal kenmerken:

  • Verbaal-linguïstisch: gericht op activiteiten waar veel taal bij gebruikt wordt
  • Logisch-mathematisch: gericht op activiteiten waar logische verbanden, schema's, wiskundige vraagstukken e.d. aan de orde komen
  • Visueel-ruimtelijk: levendige fantasie, onthouden door zien, denken in beelden
  • Muzikaal-ritmisch: gevoelig voor ritme, muzikale ezelsbruggetjes om te onthouden, etc.
  • Lichamelijk-kinesthetisch: leren door doen, behoefte om dingen uit te proberen
  • Naturalistisch: direct gemotiveerd als het gaat om planten, dieren, milieu
  • Interpersoonlijk: graag samenwerken, gevoelig voor stemmingen
  • Intrapersoonlijk: nadenken over allerlei zaken, heeft tijd nodig om na te denken, kan goed alleen zijn 
MI01 MI05
 

Wanneer een kind nu op de bij hem/haar goed passende intelligentie wordt aangesproken, is het effect op het leren en de motivatie het grootst, wat goed past bij het streven naar adaptief onderwijs.
Voor ons betekent dat, dat we ons onderwijs zo gevarieerd mogelijk inrichten en bij ons lesaanbod inspelen op de verschillende intelligenties. In groep 1 en 2 ziet u dit o.a. terug in de uitwerking van de thema's. Bij het 'werken naar keuze' is er altijd voor iedere intelligentie een werkje. Dit is terug te zien op het keuzebord. 

MI04 MI06

Vanaf groep 3 is alle lesstof voor wereld oriëntatie verdeeld in thema's en wordt in projectvorm aangeboden. De kinderen kunnen zelf een keuze maken uit de verschillende opdrachten, die afgestemd zijn op de verschillende intelligenties. Op welke manier de kennis ook vergaard wordt: aan het eind van een thema moeten de gestelde doelen wel gehaald worden! We hanteren daarom bij ieder project de vier stappen van VierKeerWijzer:

MI02 MI07

V(ragen): In de eerste stap bespreken we met de kinderen de vraag/vragen waar ze aan het eind van het project de antwoorden op moeten hebben gevonden. Deze vragen zijn gerelateerd aan de kerndoelen van de verschillende vakgebieden. Gedurende het hele project hangen deze vragen op een duidelijk zichtbare plek in of bij de klas. 
I(k): De tweede stap is gericht op de inbreng van de kinderen zelf. Wat weten ze al over het onderwerp, wat kunnen ze elkaar vertellen, wat willen ze graag nog meer weten over het onderwerp. 
E(rvaren en experimenteren): In de derde stap gaan de kinderen daadwerkelijk zelf aan de slag. Alle opdrachten en materialen liggen klaar en de kinderen kunnen veelal zelf kiezen met welke opdrachten ze de kennis willen vergaren. De leerkracht is steeds beschikbaar voor ondersteuning en geeft zonodig extra informatie (soms ook klassikaal d.m.v. een verhaal, een filmpje, aan de hand van een excursie, etc) en zorgt dat de kinderen de doelen niet uit het oog verliezen ("Heb je al een antwoord op die vraag gevonden? Hoe ga je dat aanpakken? Wat heb je nog nodig?" etc.)
R(esultaat en reflectie): Aan het eind van iedere les reflecteren we hoe de les verlopen is en hoe het met de antwoorden op de vragen gaat. Afhankelijk van de inhoud van het project presenteren de kinderen tussendoor of aan het eind hun opbrengsten en moeten ze laten zien dat ze de doelen behaald hebben. Dit gebeurt d.m.v. presentaties en/ of mondelinge of schriftelijke toetsen (vanaf groep 5). 

 

Ga naar boven